In de loop van dit jaar werd een omvangrijk en interessant studiewerk gepubliceerd over het identificeren van loden zegels en verzegelingen, met voorbeelden uit België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen en Spanje van de vijftiende tot de achttiende eeuw.[1] In de inleiding wordt het gebruik van loden zegels in het algemeen onderzocht en worden de meest voorkomende types vanuit technisch oogpunt beschreven. Het werk bestaat uit twee delen: een eerste deel met een catalogus (429 pagina’s) én een tweede deel met afbeeldingen (564 pagina’s).

Loden zegels en verzegelingen worden vaak ook ‘lakenloodjes’ genoemd. In de middeleeuwen evolueert de textielproductie in onze streken naar een belangrijke en goed georganiseerde ambacht waarin Vlaamse en Brabantse steden een voortrekkers rol spelen. Het aanbrengen van merktekens en een strenge controle ervan werden snel onontbeerlijk binnen de lakenhandel. Vanaf de dertiende eeuw zijn loden zegels algemeen in gebruik. Een keurder of keurmeester bevestigde ze met een tang aan het laken.

Loden zegels werden in het verleden bijna uitsluitend gevonden door metaaldetectoristen. Maar omdat de oude archeologiewetgeving een verbod inhield op het gebruik van metaaldetectoren werden weinig tot geen vondsten gemeld en bevond de samenwerking tussen onderzoekers en detectoramateurs zich lang in een erg grijze zone. Sinds het in voege treden van het nieuwe Onroerenderfgoeddecreet (in 2014) is metaaldetectie in Vlaanderen wel toegestaan.[2] En als gevolg van dezelfde wetgeving duiken de laatste jaren ook meer en meer lakenloodjes op tijdens archeologische opgravingen.[3] Desondanks is deze vondstencategorie tot op heden nog maar weinig bestudeerd, iets waar deze nieuwe publicatie alvast verandering in brengt.

Onder het nummer 162 van de catalogus vinden we ook een loden zegel terug uit Ninove. Het is overigens het enige zegel uit het Land van Aalst dat in het werk is opgenomen. Het Ninoofse zegel is een zogenaamd ‘scharnierzegel met dubbele vergrendeling’: de twee delen van het zegel zijn door middel van twee pinnen aan elkaar gehecht. Het is een type dat ten laatste op het einde van de veertiende eeuw is ontstaan. De diameter van het zegel bedraagt 2,4 centimeter. Op de voorzijde staat een leeuw afgebeeld met naar binnen gekrulde staart. Op de achterzijde is een staan de heilige Cornelius afgebeeld met kruisstaf in de rechterhand, hoorn in de linkerhand en de tekst NINI / VE.

De auteur van het boek, de heer Raf Van Laere, dateert dit lakenloodje in de vijftiende eeuw. Dat de heilige Cornelius staat afgebeeld op een vijftiende-eeuws loodje uit Ninove is uiteraard niet zo verwonderlijk. De Norbertijnenabdij in Ninove had de relikwieën van Sint-Cornelius in haar bezit en verkocht ook veel wol. In diezelfde periode voerde de stad in haar (eerste) zegel ook Sint-Cornelius, naast het wapen van de heer van Ninove en het wapen van Vlaanderen. Maar de relatie tussen de parochie en de abdij was er een met veel spanningen. Wellicht om die reden verdween Cornelius in de loop van de zeventiende eeuw uit het stadszegel.[4]

De voorzijde en achterzijde van het loden zegel uit Ninove (overgenomen uit VAN LAERE 2019, dl.2, p. 59)

Andere voorbeelden van lakenloodjes uit Ninove zijn niet bekend. De middeleeuwse lakennijverheid in Ninove wordt, op basis van historische bronnen, uitvoerig beschreven door Hendrik Vangassen in zijn boek Geschiedenis van Ninove. Inclusief de belangrijke rol van de waardeerders of gezworen lakenkeurders die het Ninoofse laken onderzochten en een zegel aanbrachten.[5] Het recent gepubliceerde lakenloodje is een zeldzame materiële getuigenis van deze middeleeuwse ambacht in Ninove.

De publicatie Loden zegels & verzegelingen. Eerste hulp bij identificatie is een gezamenlijke uitgave van Limburgse Studies in Wijer (België) en Stichting Uitgeverij Clinkaert in Voorburg (Nederland). Tot eind 2019 kosten beide delen samen 100 euro (verzending niet inbegrepen). Nadien wordt de prijs 150 euro. De oplage is beperkt. Bestellen voor levering in België kan het beste via Limburgse Studies, p/a Rijksarchief, Bampslaan 4, 3500 HASSELT (België) of via de auteur (raf.van.laere@pandora.be).

 

Peter Van den Hove

IJzerstraat 12

2800 Mechelen

 

 

 

[1] VAN LAERE R., Loden zegels & verzegelingen. Eerste hulp bij identificatie, 2 delen, Hasselt, 2019.

[2] Vondsten die met een  metaaldetector worden gedaan moeten worden gemeld aan het Agentschap Onroerend Erfgoed en worden opgenomen in de Centrale Archeologische Inventaris. Daarnaast probeert het online platform MEDEA een overzicht te creëren van archeologische metaaldetectievondsten in heel Vlaanderen (https://medea-cms.weopendata.com/).

[3] Het nieuwe Onroerenderfgoeddecreet verplicht ook archeologen tot het gebruik van een metaaldetector voor ieder vlak dat wordt aangelegd tijdens een archeologisch vooronderzoek en/of een archeologische opgraving. Professionele archeologen werken tijdens hun onderzoek ook steeds meer samen met detectoramateurs, die vaak veel meer ervaring hebben met een metaaldetector.

[4] VANGASSEN H., Geschiedenis van Ninove, deel 2, 1960, p.32-33; VAN DE PERRE D., De relatie tussen parochie en abdij te Ninove, in Het Land van Aalst, jg. 37, 1985, p. 168.

[5] VANGASSEN, 1960, p. 140-150.

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *