Inleiding

In deze tijden van zegevierende demagogen, opmars van autocratische regimes, nefaste politieke polarisering en electorale successen van populistische partijen komen commentatoren al vlug tot de conclusie dat de democratie in een terminale fase of zelfs in de palliatieve afdeling is beland. Vanuit een breder historisch perspectief zijn democratische bedreigingen niets nieuws onder de zon. Zonder daarom de huidige problemen te willen ontkennen, kan een blik op het verleden verhelderend zijn. En daarvoor moet we niet zo ver gaan zoeken.

De Nederlandse bevolking selecteerde begin 2018 de Acte van Verlatinghe uit 1581 als belangrijkste historisch document uit de rijke geschiedenis van de Nederlandse natie of ‘Pronkstuk van Nederland’. Daardoor verklaarde het Nederlandse volk of beter de inwoners van de Verenigde Provinciën destijds dat ze de streng katholieke koning Filips II niet langer als hun vorst erkenden.[1] In eenzelfde adem pretendeerden de Nederlanders daarmee voor een historisch precedent gezorgd te hebben want dit zou de eerste onafhankelijkheidsverklaring ter wereld zijn! Veel vroeger zelfs dan de wereldberoemde Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776. Een echt Historisch document dus! De democratie is bijgevolg bijna een Nederlandse uitvinding…

Enige trots op het nationale verleden mag natuurlijk wel en dergelijke feiten en vooral de interpretatie en perceptie van die feiten kan helpen om een nationaal gevoel te versterken. Bovendien dient enig chauvinisme het welbevinden van een volk en zou het verzuurde reacties helpen voorkomen. Maar enige kritische kanttekeningen zijn dan meestal op hun plaats. Als men beweert dat iets de allereerste keer gebeurt, een historisch precedent is, of nog straffer, dan moet een historicus op zijn hoede zijn. Zo verwijst Marc Reynebeau in een reactie op de Nederlandse verkiezing naar de Brabantse Blijde Intrede van 1356 waarbij de hertog van Brabant overeenkwam de afgesproken lokale vrijheden of privileges te respecteren in ruil voor het heffen van belastingen.[2] De Engelse Magna Charta van 1215 heeft nog een grotere wereldwijde faam als eerste democratisch document omdat de absolute macht van de vorst er beperkt werd. Zo bijv. kon de vorst niet langer op eigen houtje belastingen opleggen. Indien de koning deze bepalingen overtrad, dan rechtvaardigde dit een gewapend optreden van de onderdanen tegen de koning.

 

Nederlands Glorie

In de Acte van Verlatinghe (1581) staan bepalingen die nog steeds modern aandoen en zelfs opnieuw actueel zijn, nu autocratische leiders wereldwijd in opmars lijken en ook in Westerse landen de democratie volgens diverse waarnemers aan een herijking toe is: [3]

  • Het is voor elkeen duidelijk dat een koning door God aan het hoofd van zijn onderdanen is gesteld om deze onder zijn hoede te nemen en te beschermen tegen alle onrecht, leed en geweld, zoals een herder waakt over zijn schapen.
  • De onderdanen zijn niet door God geschapen ter wille van de koning, maar de koning ter wille van de onderdanen zonder wie hij geen koning is, om over hen rechtvaardig en billijk te regeren, om hen te verdedigen en lief te hebben.
  • Wanneer hij dat niet doet, maar in plaats van zijn onderdanen te beschermen hen onderdrukt, hen overmatig belast en berooft van hun vrijheid, privilegies en oude gewoonterechten, over hen wil heersen als over slaven, moet zo iemand niet als een vorst, maar als een tiran beschouwd worden.

Een document om dus met recht en reden fier op te zijn. Het is wel enigszins merkwaardig dat Nederland dit document lijkt te claimen terwijl het ook door het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant werd ondertekend. Vaak werd deze complexe episode in de nationalistische geschiedschrijving enigszins vereenvoudigd of zelfs vervormd tot: “in plaats van het moedige Hollandse voorbeeld te volgen, hadden onze voorvaderen de solidariteit met het Noorden verbroken door de Unie van Atrecht (1579) waarin ze zich verzoenden met koning Filips II”. Wat dan wel eens gemakshalve vergeten wordt, is dat in deze Unie vooral de zuidelijke gebieden zich verenigden. Namelijk  de graafschappen Artesië, Henegouwen en  Namen, de kasselrijen Rijsel en Douai.[4]

Titelblad Acte van Verlatinghe

In de Pacificatie van Gent (1576) waren ze nochtans overeengekomen: “Ten eerste, dat alle beledigingen, misdrijven en door onlusten berokkende schade … vergeven, vergeten en als niet bestaande aanvaard zullen zijn. … Dienvolgens beloven de genoemde Staten van Brabant, Vlaanderen, Artesië en Henegouwen, … te samen met de genoemde heren de Prins van Oranje, de Staten van Holland en Zeeland en met hun bondgenoten in goede trouw voortaan een onscheidbare en hechte vrede, overeenkomst en vrede te behouden en aldus elkaar onderling altijd bij te staan en onder andere om de Spaanse soldaten te verdrijven”.

Bovendien hadden onze voorouders misschien toch wel beter moeten weten want in 1568 waren twee vooraanstaande  Zuid-Nederlandse/Belgische edellieden, Lamoraal graaf van Egmont en graaf Hoorne, die het volste vertrouwen hadden in de oprechte bedoelingen van Filips II en Alva , op de Brusselse Grote Markt onthoofd.[5]

 

Oud – ouder – oudst

Een nog ouder document uit Vlaanderen en dateert het uit 1128 ! De Leuvense docent Jelle Haemers sprak zelfs over het “Gentse Plakkaat van Verlatinghe” in een reactie op de Nederlandse aanspraken.[6] Na de moord op Karel de Goede[7] begin maart 1127 werd Willem Clito,[8] een Normandische edelman,  door de Franse koning Lodewijk VI (°1081 – 1108 – 1137 +) reeds  op 23 maart 1127 als nieuwe graaf van Vlaanderen naar voren geschoven vermits de vermoorde graaf geen rechtstreekse erfgenamen had. Daarmee werd Vlaanderen betrokken in een internationaal schaakspel: de Franse koning wou verhinderen dat Vlaanderen in Engelse invloedssfeer terecht kwam en hoopte ook dat hij de Engelsen uit het hertogdom Normandië zou kunnen buiten werken.
Toen graaf Willem Clito een afgeschafte belasting tegen zijn belofte in terug invoerde, kwamen de Gentenaars –en nadien ook Brugge- half februari 1128 daartegen in opstand.[9]

Willem van Normandië (afbeelding uit Flandria illustrata, 1641, via Wikimedia)

Zij werden gesteund door twee leden van de hoge adel: Iwein van Aalst (°ca. 1105, + 1145)[10] en Daniël van Dendermonde. Als voogd van respectievelijk de Sint-Pietersabdij en de Sint-Baafsabdij in Gent ondervonden beide edellieden ook financieel nadeel van die nieuwe tollen…

Reus Iwein van Aalst. Copyright Jean-Pierre Swirko

Iwein van Aalst werd aangesteld als onderhandelaar en vroeg aan de nieuwe graaf de rechten en vrijheden van de onderdanen te respecteren.  In zijn toespraak stelde Iwein dat “de eer van het land niet alleen ver boven de privébelangen van de vorst uitsteeg, maar ook dat het vorstelijk gezag ter beoordeling zou staan van de vertegenwoordigers van het land”. Die vertegenwoordigers waren de aanzienlijken samen met “de wijzere lieden”. Van dat vonnis zou afhangen of men de graaf zou handhaven dan wel het graafschap aan een ander toevertrouwen.

Galbertus van Brugge (eind 11de – begin 12de eeuw) schreef dit neer in zijn kroniek over de moord op Karel de Goede: “Heer graaf hebt gij onze en uw burgers, en ons, hun vrienden, naar recht willen behandelen? Waarom hebt gij ons dan met onrechtvaardige belastingen en vijandige kwellingen bestookt? Waarom hebt gij ons niet tegen de vijand beschermd en naar ere behandeld? De heilige eed die wij te uwer gunste hadden gezworen, hebt gij persoonlijk verbroken en uw en onze belofte, die wij samen hebben afgelegd, hebt gij geschonden. Wij hebben samen de eed gezworen over de vrijstelling van de tol, over de bekrachtiging van de vrede en over de andere rechten, die de bewoners van dit land hadden gekregen van vroegere, goede graven van dit land en speciaal tijdens de regering van heer Karel. Het is goed bekend hoeveel geweld en plundering gij te Rijsel hebt aangericht, hoe gij de burgers van Sint-Omaars onrechtmatig en boosaardig hebt bestookt en nu wilt gij, als u de kans wordt gegund, ook de burgers van Gent slecht behandelen. Gij zijt onze heer en de heer van geheel Vlaanderen. Daarom moeten wij u billijk behandelen en u niet met geweld en boosaardig tegemoet treden. Wij stellen het volgende voor: roep, alstublieft, uw raad bijeen te Ieper, een stad die midden in uw land gelegen is. De opperste leiders van beide kampen en onze mede-pairs en alle wijze mannen, geestelijken en leken, komen bijeen in vrede en ongewapend, kalm, beheerst en weloverwogen, zonder arglist en kwade bedoeling. Zij moeten een oordeel vellen. Als gij, naar ’s lands eer, de grafelijke macht nog kunt behouden, wil ik dat gij die behoudt. Als blijkt dat  gij als trouweloze en arglistige eedbreker buiten de wet zijt gesteld, ga dan weg uit het graafschap en laat ons dit graafschap, om het toe te vertrouwen aan een geschikt en wettig man. Wij zijn de bemiddelaars tussen de koning van Frankrijk en u: gij moogt niets doen in dit graafschap dat tegen onze raad en de eer van het land ingaat. Maar zie, zowel ons die borg staan voor u bij de koning, als de burgers van bijna geheel Vlaanderen, hebt gij slecht behandeld, tegen de eed van trouw, door de koning, door uzelf, en vervolgens door ons allemaal, leiders van dit land, gezworen.”[11]

Dit staat bekend als één van de eerste pleidooien voor het constitutionalisme: de doctrine dat de uitoefening van de politieke macht gebaseerd is op een overeenkomst tussen de vorst en het volk. Door te stellen dat “gij niets moogt doen in dit graafschap dat tegen onze Raad en de eer van het land ingaat” kan Iwein van Aelst beschouwd worden als de eerste pleitbezorger van het parlementarisme avant la lettre.[12]  Van die zitting in Ieper kwam niets in huis: Willem Clito bezette Ieper manu militari in volle vastentijd (maart 1128) hoewel de kerkelijke godsvrede dan elk wapenbedrijf verbood… Bovendien sloot de Engelse koning Hendrik I de woltoevoer naar Vlaanderen af,  wat de onrust en het ongenoegen nog vergrootte.

Er braken opstanden uit in het graafschap Vlaanderen waarbij men niet eendrachtig achter één tegenkandidaat ging staan maar bijna elke regio een eigen kandidaat naar voor schoof. Dit werd beschreven door de reeds vermelde kroniekschrijver Galbert van Brugge  in zijn De multro, traditione et occisione gloriosi Karoli comitis Flandriarum.[13] Deze moord sleurde Vlaanderen bijna mee in een burgeroorlog die in Aalst een verrassende afloop kende. Willem Clito had Diederik van den Elzas (°1099 – 1128 -1168+) en zijn leger op 21 juni 1128 verslagen in de slag bij Akspoel, nabij Ruiselede, Tielt. Diederik sloeg op de vlucht en kreeg bescherming aangeboden in de burcht van Iwein van Aalst.[14]

Standbeeld Iwein van Aalst, ontwerp uit 1890

Het zag er niet goed uit voor de belegerden, maar Willem Clito werd tijdens het beleg van Aalst 27-28 juli, de zgn. slag bij Hertshage,[15] gewond en overleed vijf dagen later.[16] Als dank gaf Diederik van de Elzas het leenheerschap over het graafschap Aalst aan graaf Iwein, die trouwde met diens dochter, Laureta van Vlaanderen.[17] Iwein van Aalst, bijgenaamd Iwein de Kale, was naast heer van Aalst, ook heer van Waas, Drongen, Deinze en Ruiselede en was tevens leenman van Liedekerke. Net als zijn broer was hij Pair of Peer van Vlaanderen: één van de twaalf hoofdleenmannen van de graaf van Vlaanderen. Hij werd in 1145 vermoord door Rogier van Kortrijk of iemand uit zijn omgeving. Deze was een bondgenoot van burggraaf Henri van Bourbourg,[18] aan wie Iwein zijn nichtje had uitgehuwelijkt, nadat hij zich haar erfland had toegeëigend. Eigenlijk was dit dus een rudimentaire manier om een ordinaire familieruzie te beslechten. Dit gebeurde toen wel meer, zelfs in de betere families…

Jelle Haemers  spreekt in zijn reeds vermelde reactie van de Gentse  edelman Iwein van Aalst. Maar met evenveel redenen kunnen we spreken van een Aalsterse edelman. We willen het niet zo ver drijven om te spreken van de Aalsterse Acte van Verlatinghe, maar bij deze is toch wel een puntje op de i gezet en enkele feiten over het Land van Aalst, die ook in het Land van Aalst al te weinig bekend zijn, onder de aandacht gebracht.

Titelblad historiespel slag bij de Hertshaag

Daarbij aansluitend halen we de plannen van 1890 van onder het stof om een standbeeld ter ere van Iwein van Aalst op te richten op het Stationsplein. Het ontwerp bestaat al en is te zien in de tentoonstelling ”DNAalst” in ’t Gasthuis, Stedelijk Museum Aalst. Dit plan was ontstaan naar aanleiding van het historiespel dat ter gelegenheid van de 800ste verjaardag van de slag bij de Hertshage werd opgevoerd. Dit historiespel was gebaseerd op de historische roman, Iwein van Aalst, die de Aalsterse dokter en letterkundige Isidoor Bauwens (°1855, + 1918) in 1886 geschreven had. Hierin wordt een hagiografisch portret van Iwein van Aalst getekend  waarin de stichtelijke lessen van moed, offervaardigheid en vroomheid niet ontbreken. Evenmin als belerende en chauvinistische elementen: “Mochten mijn stadsgenoten, bij het lezen van Iweins koene en vrome daden, zich fier achten Vlamingen en Aalstenaars te zijn; mocht het standbeeld van den held weldra op een onzer openbare plaatsen prijken: dan ware mijn doelwit bereikt”.[19]

Vooraleer Iwein van Aalst postuum wordt uitgeroepen tot een plaatselijke heilige, geven we nog de bedenkingen mee van professor Raoul Van Caenegem,[20] een van dé autoriteiten op het vlak van de middeleeuwse geschiedenis van België: “door de kant van de steden Gent en Brugge te kiezen tegen graaf Willem Clito ging hij eigenlijk een monsterverbond aan want in die periode begonnen de steden meer macht op te eisen wat de machtspositie van de adel niet ten goede kwam. Bovendien Bovendien toonde hij zich niet erg consequent: enkele maanden te voren had hij nog de nieuwe graaf Willem Clito trouw gezworen en enkele maanden later steunde hij diens tegenkandidaat, Diederik van den Elzas, onder invloed van een grote som (omkoop)geld van de Engelse koning Hendrik I.[21] En daar komt nog bij dat hij door een duistere transactie de erfenis en het grootgrondbezit van zijn minderjarige nicht, Beatrix of Beatrice, de enige dochter van zijn broer, ontfutselde”. In de toenmalige historische context waren dat dingen die nog wel gebeurden en het doet niets af aan zijn verdienste als grondlegger of voorloper van het constitutionalisme.[22] Het zou dus mooi zijn dat tegen 2028  deze historische lacune zou opgevuld zijn: naast de standbeelden van priester Daens en Dirk Martens verdient Iwein van Aalst een waardig monument, moderne herdenkingsplaat of bescheiden infokiosk.

 

 

[1] In deze bijdrage worden twee betekenissen van ‘Nederland’ naast elkaar gebruikt, nl. de Nederlandse bevolking als inwoners van een (huidige) staat versus bewoners van de personele unie van de Nederlanden, meer specifiek de Noordelijke Nederlanden. Vermits deze niet voor 100 procent samenvallen kan dit voor verwarring zorgen.

[2] M. Reynebeau, Het Pronkstuk walmt van het nationalismeDe Standaard, 31/1/2018.

[3] A. van Hooff. Het Plakkaat van Verlatinge. Utrecht, 2018. http://www.nederlandseonafhankelijkheidsdag.nl/geschiedenis/

[4] Waarschijnlijk is deze nationalistische perceptie een gevolg van de latere scheiding van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in Noord en Zuid in 1830. Bovendien werd de “calvinistische” Unie van Utrecht (1579) ook gesteund door Antwerpen, Gent, Ieper, Brugge,…

[5] Dit feit werd in de Egmontstede, Zottegem, n.a.v. de 450ste verjaardag prachtig geëvoceerd in een Egmontmusical door plaatselijke figuranten in februari 2018.

[6]De Standaard, 2/2/2018.

[7] Deze moord werd beraamd door de machtige kanselier van Vlaanderen, Bertulf van Erembald, die reeds 28 jaar de administratie van de graaf van Vlaanderen leidde. Toen Karel de Goede ten gevolge van de hongersnood van 1124-28 de woekerwinsten van zijn administratie wou verminderen om het lot van de armen te lenigen, vreesde Bertulf voor zijn positie en koos voor de aanval als beste verdediging.

[8] Willem Clito of Willem van Normandië (° 1102, + 1128) was een kleinzoon van Willem de Veroveraar en in 1127 hertrouwd met de halfzus van de Franse koningin.

[9] R. VAN CAENEGHEM, R. Historische inleiding: de Vlaamse crisis van 1127-28. In:  De moord op Karel de Goede. Antwerpen, 1978. P. 13 – 71.  Willem Clito droomde van de vrijlating van zijn vader, Robert van Normandië, in Engeland en zo ook van diens restauratie als koning van Engeland.

[10] In 1120 was Boudewijn III heer geworden van Aalst en het Land van Waas, maar in oktober 1127 overleed hij  te Affligem aan de verwondingen opgelopen in een veldslag tegen de graaf van Henegouwen.  Zijn broer Iwein werd voogd van Beatrix (Beatrice), de enige dochter van Boudewijn III. Als voogd legde hij beslag op het grondgebied van zijn broer. In 1136 stichtte Iwein, ook heer van Drongen en Liedekerke, een abdij te  Salegem  (Beveren). Twee jaar later, in 1138, werd de abdij overgebracht naar Drongen. Verder bezat hij gronden en rechten te Ronse, Brugge, Westvleteren, Ieper, Bikschote, Langemark, Komen, Veurne, Pollinkhove, Horebeke en Tourcoing.

[11] Citaat uit Galbertus van Brugge, De moord op Karel de Goede; dagboek van de gebeurtenissen in de jaren 1127-1128.  Antwerpen, 1978. 275 pp.

  1. BAERT. Iwein van Aalst. – Het Land van Aalst, jrg. 39, 1979, p. 241 – 250.

[12] Dit wordt mooi weergegeven in de tentoonstelling “Het DNA van Aalst” in het stedelijk museum ’t Gasthuys.

[13] A. DE MYTTENAERE. Middeleeuwse cultuur: verscheidenheid, spanning en verandering, p. 100. Hilversum, 1995. Over de tekst van Galbert van Brugge schreef Raoul VAN CAENEGEM in 1978.

  1. DE MYTTENAERE. De moord op Karel de Goede. 1999.

[14] Deze werd gesteund door de Engelse koning Hendrik I (°1068, 1100 , +1135). Als zoon van Willem de Veroveraar, sinds 1066 koning van Engeland, maakte Hendrik I tevens aanspraak op het hertogdom Normandië. Dat had Willem de Veroveraar echter toegekend aan zijn oudste zoon, Robert van Normandië. Deze was de vader van Willem Clito en ontevreden omdat zijn vader hem niet de Engelse troon had toegewezen. Ook hier dus een gans kluwen aan familiale intriges waarin het graafschap Vlaanderen een speelbal werd…

[15] Gelegen op de rechteroever, min of meer parallel met de Dender, tussen de Zwarte Hoekbrug en de Sint-Annabrug.

[16] Merkwaardig detail: Diederik van den Elzas hertrouwde in 1134 of 1139 met Sybille van Anjou (°1131, + 1165), de eerste vrouw van Willem Clito. Dit gebeurde in Jeruzalem waar zijn schoonvader Fulco V van Anjou koning (1131-1143) was. Hij nam dan ook deel aan de Tweede Kruistocht (1145-49).

[17] Dit is opmerkelijk want Diederik en Iwein zijn leeftijdsgenoten…

[18] Gelegen in Noord-Frankrijk, arrondissement Duinkerke.

[19] K. BAERT. Iwein van Aalst. –HLVA, jg. 39, 1979, p. 241-250.

[20] R. VAN CAENEGHEM. Historische inleiding: de Vlaamse crisis van 1127-28De moord op Karel de Goede.

[21] Hendrik I (° ca. 1068 – 1100 – 1135+) was de jongste zoon van Willem de Veroveraar…

[22] Zie ook: http://cultuurgeschiedenis.be/de-democratische-middeleeuwen/  jan.2018.

 

Categories:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *